Puccinia alpestris Sydow, 1901

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op Crepis

on Crepis

gal: Geen waardwisseling. Spermogonia beiderzijdig. Aecia onderzijdig, bekervormig, geel met teruggeslagen rand, op gele vlekken, ook op nerven en bladstelen. Uredinia vooral bovenzijdig, vaak al gelijk met de aecia, kaneelbruin. poederig. Urediniosporen 19-27 x 21-32 µm, met 2 (zelden 3), ± equatoriale poren. Telia meest onderzijdig, zwartbruin; sporen 20-30 x 26-41 µm, tweecellig, grof-wrattig, op korte, hyaliene stelen.

gall: No host plant alternation.Spermogonia amphigenous. Aecia hypophyllous, cupulate, yellow with recurved margin, on yellow spots, also on veins and petioles. Uredinia mainly epiphyllous, cinnamon brown, often already together with the aecia. Urediniospores 19-27 x 21-32 µm with 2 (rarely 3) ± equatorial pores. Telia mostly hypophyllous, blackish brown; spores 20-30 x 26-41 µm two-celled, coarsely verrucose, on short, hyaline pedicels.

waardplanten: Asteraceae, nauw monofaag

hostplants: Asteraceae, narrowly monophagous

Crepis alpestris.

literatuur:

references:

Blumer (1946a), Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Gäumann (1959a), Klenke & Scholler (2015a), Schmid-Heckel (1985a).

27/05/2017