Puccinia amphispora Scholler, 2015

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op Carex

on Carex

gal: geen waardwisseling, alleen onderzijdige uredinia, tot 0.5 mm, vaak op verkleurde bladvlekken. In het begin van de zomer zijn ze lichtbruin; tegen de herfst verschijnen ook bruinzwarte uredinia (die sterk lijken op telia). De sporen hebben (2)3(4) min of meer equatoriale poren. De voorjaars-sporen meten 15-19 x 17-27 µm, die van het najaar 14-23 x 23-45; de laatste hebben ook een duidelijk dikkere wand, aan de top tot 6 µm. In de herfst wordt een klen aantal teliosporen gevormd in de urednia; ze twee-cellig, elliptisch, meten ongeveer 16 x 38 µm; de hyaliene steel is ongeveer even lang als de spore.

gall: no host alternation, only hypophyllous uredinia, up to 0.5 mm, often on discoloured leaf spots. In early summer they are light brown; but in autumn times dark brown uredinia appear (with a strong resemblance o telia). The spores have (2)3(4) more or less equatorial pores. The spring spores measure 5-19 x 17-27 µm, the autumn ones 14-23 x 23-45; the latter also have a thickened wall, apically up to 6 µm. In autumn a small number of teliospores is formed in the uredinia; they are two-celled, elliptic, measure ± 16 x 38 µm; the hyaline pedicel is about as long as the spore.

waardplanten: Cyperaceae, nauw monofaag

hostplants: Cyperaceae, narrowly monophagpus

Carex humilis.

synoniemen: Puccinia humilis Hasler, 1937.

synonyms: Puccinia humilis Hasler, 1937.

literatuur:

references:

Gäumann (1959a), Klenke & Scholler (2015a).

10/11/2016