Puccinia asperulae-aparinis Picbauer, 1927

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op Galium

on Galium

gal: Aecia onderzijdig, on groepen op verkleurde en soms ietwat vergalde plekken, bekervormig met witte ongeslagen en in slippen verdeelde rand, met gele sporen. Uredinia en telia meestal beiderzijdig, respectievelijk licht- en donkerbruin. Urediniosporen 12-29 x 14-32 µm, met 2, meestal equatoriale poren. Teliospren twee-cellig, 20 x 37 µm, bruin, wand aan de top sterk verdkt, op een bruine, 30-38 µm lange steel.

gall: Aecia hypophyllous, in groups on discoloured, sometimes somewhat galled spots, cupulate, with white, recurved margin split into segments and yellow spores. Uredinia and telia generally amphigenous, light and dark brown, respectively. Urediniospores 12-29 x 14-32 µm, with 2, generally equatorial pores. Teliospores two-celled, 20 x 37 µm, brown, with apically strongly thickened wall, an a brown, 30-48 µm long pedicel.

waardplanten: Rubiaceae, nauw monofaag

hostplants: Rubiaceae, narrowly monophagous

Galium rivale (= Asperula aparine).

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Gäumann (1959a), Klenke & Scholler (2015a).

12/12/2016