Puccinia athamantina Sydow & Sydow, 1902

Fungi, Uredinales, Pucciniaceae

op Athamanta, Carum

on Athamanta, Carum

gal: Geen waardplant-wisseling. Spermogonia spaarzaa, tussen de aecia, sub-epidermaal gevormd. Aecia klein, geel, bekervormig op gelige vergalde plekjes aan onderzijde van het blad, nerven en bladstelen. Uredinia klein, lichtbruin; urediniodporen met 3 kiemporen. Telia zwartbruin, uiteindelijk naakt, poederig. Teliosporen kort-elliptisch, 2-cellig, nauwelijks ingesnoerd; de wand is dik, met een dicht patroon van diepe putjes; steel dun, ± kleurloos, ongeveer zo lang as de spore.

gall: No host plant alternation. Spermogonia not numerous, between the aecia, formed sub-epidermally. Aecia small, yellowish, cupulate on yellowed and galled spots at the underside of the leaf, veins and petioles. Uredinia tiny, light brown; urediniospores with 3 germination pores. Telia blackish brown, ultimately naked, pulverulent. Teliospsores short-elliptic, two-celled, hardly constricted; wall thick with a dense pattern of deep pits; pedicel thin, ± hyaline, about as long as the spore.

waardplanten: Apiaceae, nauw oligofaag

hostplants: Apiaceae, narrowly oligophagous

Athamanta cretensis, turbith & subsp. hungarica, vestina; Carum graecum (= Athamanta verticillata).

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Gäumann (1959a), Klenke & Scholler (2015a), Schmid-Heckel (1985a.

17/10/2016