Puccinia barkhausiae-rhoeadifoliae Bubák, 1902

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op Crepis

on Crepis

gal: Geen waardwisseling. Spermogonia tussen de aecia. Aecia onderzijdig, puistvormig, verspreid over het gehele blad en vaak ook over alle bladen van de plant; de bladen zijn verkleurd en verdikt. Uredinia donkerbruin; sporen 20-22 x 22-27 µm, 2-3 poren boven de equator. Telia bruinzwart, poederig. Teliosporen twee-cellig, 22-31 x 26-44 µm, eivormig, nauwelijks ingesnoerd, wand gelijkmatig van dikte, vrij dun, fijwrattig; steel kleurloos, afvallend. De schimmel is systemisch; aangetaste planten zijn misvormd, bleekgroen, en komen niet in bloei.

gall: No host plant alternation. Spermogonia between the aecia. Aecia hypophyllous, pustulate, scattered all over the leaf and often over all leaves of the plant; the leaves are discoloured and thickened. Uredinia dark brown; spores 20-22 x 22-27 µm, 2-3 pores above the equator. Telia blackish brown, pulverulent. Teliospores two-celled, 22-31 x 26-44 µm, egg-shaped, hardly constricted; wall uniform, rather thin, pustulate; pedicel hyaline, deicduous. The fungus is systemic; infected plants are stunted, pale green and do not flower.

waardplanten: Asteraceae, nauw monofaag

hostplants: Asteraceae, narrowly monophagous

Crepis foetida & subsp. rhoeadifolia, mollis subsp. succisifolia, vesicaria subsp. andryaloides.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Gäumann (1959a), Klenke & Scholler (2015a), Tomasi (2014a).

26/11/2016