Puccinia caricicola Fuckel, 1874

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op Carex

on Carex

gal: geen waardwiseling, alleen uredinia en telia, beide onderzijdig. Uredinia licht roestkleurig. In het voorjaar gevornde urediniosporen fijn-bestekeld, met 3 equatoriale poren, elke bedekt met een kleurloze papil; later in de zomer gevormde sporen zijn groter (21-26 x 26-35 µm), dikwandig en grover bestekeld. De zwarte telia worden pas gevormd als het blad verdord is.

gall: no host plant alternation, only uredinia and telia, both hypophyllous. Uredia light rust-coloured, Urediniospores formed in spring spinulose with 3 equatorial pores, each one capped by a hyaline papilla. Spores formed later in the summer are larger (21-26 x 26-35 µm), thick-walled and more coarsely spinulose. The black telia are formed only after the leaves have withered.

waardplanten: Cyperaceae, nauw monofaag

hostplants: Cyperaceae, narrowly monophagous

Carex obtusata, supina.

literatuur

references

Gäumann (1959a), Klenke & Scholler (2015a), Poelt & Zwetko (1997a).

10/11/2016