Puccinia centaureae-asperae Castagne, 1892

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op Centaurea

on Centaurea

gal: Geen waardwisseling; speromogonia, uredinia en telia. Spermogonia zelden gevormd. Uredinia licht- tot roestbruin, vooral onderzijdig, soms ook op bladstelen en stengel; sporen 19-24 x 20-26 µm met 2-3 ± equatoriale kiemporen. Oudere uredinia zijn donkerder en bevatten dan ook een deel teliosporen. Teliosporen 2-cellig, 20-27 x 32-46 µm, wand gelijkmatig van dikte, steel vaak langer dan de spsore, gewoonlijk blijvend.

gall: No host plant alternation; spermogonia, uredinia and telia. Spermogonia rarely formed. Uredinia light to rust brown, generally hypophyllous, occasionally also on petioles and stem; spores 19-24 x 20-26 µm with 2-3 ± equatorial germination pores. Older uredinia are darker, and then also contain partly teliospores. Teliospores 2-celled, 20-27 x 32-46 µm, wall of uniform thickness, pedicel often longer than the spore, generally persistent.

waardplanten: Asteraceae, nauw monofaag

hostplants: Asteraceae, narrowly monophagous

Centaurea aspera, sphaerocephala.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a: 660), Gäumann (1959a), Losa Quintana (1972b).

23/03/2017