Puccinia cesatii Schröter, 1879

Fungi, Uredinales, Pucciniaceae

op Poaceae, Andropogoneae

on Poaceae, Andropogoneae

gal: geen waardwisseling (bekend), alleen uredinia en telia. Uredinia bvenzijdig, bruin, dik kussenvormig, vroeg naakt, omgeven door reste opengebarsten epidermis. Urediniosporen vrijwel kogelrond, dikwandig, duidelijk fijn-wrattig, met 4-5 kiemporen; ze staan op tot 85 µm lange hyaliene stelen. Tussen de sporen staan dunwandige kleurloze paraphysen. Telia schaars, zwartbruin, dik kussenvormig, spoedig naakt. Teliosporem 1- of 2-cellig, kort-ovaal, glad, op een tot 120 µm lange, niet afvallende steel; de sporen vallen niet uit. Tusse de sporen dunne kleurloze paraphysen.

gall: no host alternation (known), only uredinia and telia. Uredinia epiphyllous, brown, thick pulverulent, soon naked, bordered by remnants of the perforated epidermis. Urediniosspores ± globular, thick-walled, clearly verruculose, with 4-5 germination pores; the spores stand on up to 85 µm long, hyaline pedicels. Between the spores thin-walled colourless paraphyses. Telia rare, blackish brown, thick pulverulent, soon naked. Teliospores 1- or 2-celled, short-oval, smooth, on a pedicel that is up to 120 µm long, persistent; the spores do not fall out. Between the spores thin, colourrless paraphyses.

waardplanten: Poaceae, nauw oligofaag

hostplants: Poaceae, narrowly oligophagous

Bothriochloa ischaemum; Chrysopogon gryllus; Heteropogon contortus.

literatuur

references

Brandenburger (1985a), Gäumann (1959a), Gjaerum (1986a), Klenke & Scholler (2015a), Liu & Hamilton (2013a).

01/12/2016