Puccinia chondrillina Bubák, 1901

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op Chondrilla

on Chondrilla

gal: Geen waardwisseling, aecia ontbreken. Uredinia, op bladen en stengels, veroorzaken misvormingen; ze zijn poederig, lichtbruin; de sporen zijn fijnstekelig en hebben 2 poren, die niet ongeven zijn door een onbestekelde zone. Telia vormen donkerbruine korsten op de stengels. Teliosporen 2-cellig, zwak ingesnoerd, aan boven- en onderzijde afgerond; de wand is gelijkmatig dun, fijnbestekeld; steel kort, afvallend.

gall: No host plant alternation, no aecia. Uredinia on leaves and stems, causing malformations; powdery, light brown; spores spinulose, with 2 pores that are not surrounded by a spine-less zone. Telia form dark brown crusts on the stems. Teliospores 2-celled, weakly constricted, top and bottom rounded; the wall is uniformly thin, spinulose; pedicel short, deciduous.

waardplanten: Asteraceae, monofaag

hostplants: Asteraceae, monophagous

Chondrilla juncea.

opmerkingen: Wordt in subtropische gebieden ingezet voor de bestrijding van Chondrilla, een gevreesd onkruid.

notes: Deployed in subtropical regions in the biological control of skeleton weed, a serious weed.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Gäumann (1959a), González Fragoso (1924a), Klenke & Scholler (2015a), Poelt & Zwetko (1997a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Tóth (1994a), Unamuno (1942a).

17/04/2017