Puccinia chrysosplenii Greville, 1836

Fungi, Uredinales, Pucciniaceae

op Chrysosplenium

on Chrysosplenium

Chrysosplenium oppositifolium, Engeland, Berks, VC22: telia; © Malcolm Storey, BioImages

Puccinia chrysosplenii: telia on Chrysosplenium oppositifolium

Chrysosplenium oppositifolium, Engeland, Berks, VC22: telia; © Malcolm Storey, BioImages

gal: Geen waardplant-wisseling; alleen telia. Telia in twee typen. Het eerste (afb. links), meestal bovenzijdig, is klein, poederig, bruin; de tweecellige sporen op korte, afbrekende stelen dienen voor de overwintering. Telia van het tweede type (rechts) zijn meestal onderzijdig en korstvormig, bleekbruin; de sporen, op lange, niet afbrekende stelen kiemen vrijwel meteen; de telia worden dan grijs gekleurd door de massa basidiosporen die worden gevormd.

gall: No host plant alternation; only telia. Telia in two types. The first (picture at left) mosty epiphyllous, is small, pulverulent, brown; the two-celled spores, on short, deciduous pedicels, serve for hibernation. Telia of the second type (right) are generally hypophyllous and crustose, light brown; the spores, on long, persistent pedicels germinate almost instantaneously; the telia therefore often are greyed because of the mass of basidiospores that are formed.

waardplanten: Saxifragaceae, monofaag

hostplants: Saxifragaceae, monophagous

Chrysosplenium alternifolium, oppositifolium.

literatuur:

references:

Buhr (1964b), Ellis & Ellis (1997a), Gäumann (1959a), Hafellner (1980a), Henderson (2000a), Jage, Kruse, Kummer, Caspari, Regin & Schmitt (2013a), Klenke & Scholler (2015a), Kozłowska, Mułenko & Heluta (2015a), Ludwig (1974a), Poelt & Zwetko (1997a), Redfern & Shirley (2011a), Schmid-Heckel (1985a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Vanderweyen & Fraiture (2011a), Wilson & Henderson (1966a), Woods, Stringer, Evans & Chater (2015a).

26/02/2017