Puccinia cichorii (de Candolle) Bellynck, 1867

Fungi, Uredinales, Pucciniaceae

op Cichorium

on Cichorium

gal: Geen waardwisseling; aecia ontbreken. Uredinia en telia beiderzijdig, telia ook op de stengel, poederig, respectievelijk donkerbruin en zwart. Urediniosporen fijn-bestekeld, 18-22 x 21-30 µm met 2 kiemporen in het bovenste deel van de spore, beide omgeven door een onbestekelde zone. Teliosporen 18-26 x 27-40 µm, elliptisch, twee-cellig, fijn-wrattig; de sporen vallen af.

gall: No host plant alternation; aecia are missing. Uredinia and telia amphigenous, telia also on the stem, pulverulent, dark brown and black, respectively. Urediniospores 18-22 x 21-30 µm, spinulose, with 2 germination pores in the top half of the spore, each surrounded by a spineless area. Teliosppores 18-26 x 27-40 µm, elliptic, 2-celled, verruculose; the spores fall off.

waardplanten: Asteraceae, monofaag

hostplants: Asteraceae, monophagous

Cichhorium endivia, intybus, pumilum.

synoniemen: Puccinia endiviae Passerini, 1873.

P. cichorii wordt vaak opgevat als een variëteit van P. hieracii.

synonyms: Puccinia endiviae Passerini, 1873.

P. cichorii is often taken as a variety of P. hieracii.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Gäumann (1959a), Jage, Kruse, Kummer, Caspari, Regin & Schmitt (2013a), Klenke & Scholler (2015a), Kruse & Jage (2014a), Ludwig (1974a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Tóth (1994a), Unamuno (1942a).

18/11/2016