Puccinia circaeae-caricis Hasler, 1930

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op Circaea

on Circaea

gal: aecia onderzijdig, op 4-8 mm grote vleken; peridium bekervormig, wit, met omgeslagen rand; aeciosporen hyalien.

gall: aecia hypophyllous, on 4-8 mm large spots; peridium cupulate, white, margin revolute; aeciospores hyaline.

spermogonia, aecia: Onagraceae, oligofaag

spermogonia, aecia: Onagraceae, oligophagous

Circaea alpina & subsp. caulescens + pacifica, erubescens, x intermedia, lutetiana; Fuchsia x hortensis.


op Carex

on Carex

gal: uredinia onderdzijdig, ook op de stengels, lichtbruin. Urediniosporen meestal ± elliptisch, wand stekelig-wrattig, met (2)3(4) equatoriaal gelegen poren. Telia als de uredinia, zwart. Teliosporen 2-cellig, vrijwel zonder insnoering knotsvormig, doorlopend in de steel; wand glad, apicaal deel van de topcel matig verdikt; steel hyalien.

gall: uredinia hypophyllous, also on the stem, light brown. Urediniospores generally ± elliptic, wall spiny-verrucose, with (2)3(4), equatorially placed, pores. Telia like the uredinia, black. Teliospores 2-celled, almost without constriction clavate, narrowing into the hyaline pedicel; wall smooth, apical part of top cell moderately thickened.

uredinia, telia: Cyperaceae, monofaag

uredinia, telia: Cyperaceae, monophagous

Carex acuta, buxbaumii, elata, nigra.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Doppelbaur (1968a), Gäumann (1959a), Klenke & Scholler (2015a), Tomasi (2014a).

21/11/2016