Puccinia cirsii-eriophori Jacky, 1899

Fungi, Uredinales, Pucciniaceae

op Cirsium

on Cirsium

gal: spermogomia meest bovenzijdig. Aecia gewoonlijk onderzijdig, solitair, op kleine gele plekken; peridium vrijwel ontbrekend, sporenmassa oranjegeel, sporen niet in ketens gevormd; ze komen door een porie vrij. Uredinia en telia beiderzijdig. Uredinia roestkleurig, poederig; sporen gemiddeld > 30 µm, met drie poren, elk bedekt door een vlakke papil. Telia klein, donkerbruin, poederig; sporen tweecellig, zeer fijn-wrattig; de kiempore van de bovenste cel apicaal.

gall: spermogonia mostly epiphyllous. Aecia generally hypophyllous, solitary, on small yellowed spots; peridium rudimentary, spore mass orange yellow, spores not formed in chains; they are released through a pore. Uredinia and telia amphigenous. Uredinia rust coloured, pulverulent; spores on average > 30 µm, with three pores, each on capped by a low papilla. Telia small, dark brown, pulverulent; spores two-celled, very finely verruculose; germination pore of the top cel apical.

waardplanten: Asteraceae, nauw monofaag

hostplants: Asteraceae, narrowly monophagous

Cirsium eriophorum, erisithales, ferox, leucocephalum.

synoniemen: wordt vaak beschouwd as conspecifiek met P. cnici.

synonyms: often considered conspecific with P. cnici.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Gäumann (1959a), Klenke & Scholler (2015a), Termorshuizen & Swertz (2011a).

21/11/2016