Puccinia cladiana Guyot, 1938

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op Cladium

on Cladium

gal: Geen waardwisseling, geen spermogonia of aecia. Uredinia vooral onderzijdig, tot 3 mm lang op bruine bladvlekken; ze zijn poederig, roestbrruin. Urediniosporen met 2-3 kiemporen onder de equator. Geen telia; teliosporen worden in klein aantal gevormd in de uredinia; ze zijn twecellig en staan op een tot 20 µm lange, afvallende steel.

gall: No hostplant alternation, no spermogonia or aecia. Uredinia mainly hypophyllous, up to 3 mm long on brown leaf spots; they are pulverulent, rust-coloured. Urediniospores with 2-3 sub-eqautorial germination pores. No telia; teliospores are formed in small number in the uredinia. They are two-celled, standing on up to 20 µm long, deciduous pedicels.

waardplanten: Cyperaceae, monofaag

hostplants: Cyperaceae, monophagous

Cladium mariscus.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Gäumann (1959a), Klenke & Scholler (2015a), Termorshuizen & Swertz (2011a).

22/11/2016