Puccinia clusii Gäumann, 1943

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op Doronicum

on Doronicum

gal: Alleen telia. Ze zijn talrijk, beiderzijdig, zwartbruin, lang bedekt door de epidermis, vaak op eeh gele bladvlek. In klein aantal worden hier ook urediniosporen gevormd, met 2 kiemporen boven de equator. Teliosporen 2-cellig, kort-ovaal, fijn-wrattig; steel kleurloos, afvallend, tot 90 µm,.

gall: Only telia. They are numerous, amphigenous, blackish brown, long covered by the epidermis, often on yellow leaf spots. In small number also urediniospores are forned here, with two supra-equatorial germination pores. Teliospores 2-celled, short-oval, finely verrucose; pedicel hyaline, deciduous, up to 90 µm.

waardplanten: Asteraceae, nauw monofaag

hostplants: Asteraceae, narrowly monophagous

Doronicum clusii, glaciale & subsp. calcareum.

Volgens Klenke & Scholler; Gäuman noemt alleen clusii.

According to Klenke & Scholler; Gäuman mentions only clusii.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Gäumann (1959a), Klenke & Scholler (2015a).

01/12/2016