Puccinia cnici Martius, 1817

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op Cirsium

on Cirsium

gal: spermogomia meest bovenzijdig. Aecia gewoonlijk onderzijdig, solitair, op kleine gele plekken; peridium vrijwel ontbrekend, sporenmassa oranjegeel, sporen niet in ketens gevormd; ze komen door een porie vrij. Uredinia en telia beiderzijdig. Uredinia roestkleurig, poederig; sporen gemiddeld > 30 µm, met drie poren, elk bedekt door een vlakke papil. Telia klein, donkerbruin, poederig; sporen tweecellig, zeer fijn-wrattig; de kiempore van de bovenste cel lateraal.

gall: spermogonia mostly epiphyllous. Aecia generally hypophyllous, solitary, on small yellowed spots; peridium rudimentary, spore mass orange yellow, spores not formed in chains; they are released through a pore. Uredinia and telia amphigenous. Uredinia rust coloured, pulverulent; spores on average > 30 µm, with three pores, each on capped by a low papilla. Telia small, dark brown, pulverulent; spores two-celled, very finely verruculose; germination pore of the top cel lateral.

waardplanten: Asteraceae, nauw oligofaag

hostplants: Asteraceae, narrowly oligophagous

Cirsium boujartii, ciliatum, (eriophorum), ferox, furiens, italicum, richterianum, serrulatum, vulgare & subsp. crinitum; Picnomon acarna.

synoniemen: Puccinia cirsii-lanceolati Schröter, 1889.

synonyms: Puccinia cirsii-lanceolati Schröter, 1889.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Doppelbauer & Doppelbaur (1973a), Ellis & Ellis (1997a), Gäumann (1959a), Hafellner (1980a), Henderson (2000a, 2004a), Jage, Kruse, Kummer, Caspari, Regin & Schmitt (2013a), Kruse (2014a) Klenke & Scholler (2015a), Kozłowska, Mułenko & Heluta (2015a), Kruse & Jage (2014a), Losa España (1942a), Poelt & Zwetko (1997a), Ruszkiewicz-Michalska (2006a), Schmid-Heckel (1985a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Vanderweyen & Fraiture (2011a), Wilson & Henderson (1966a); Woods, Stringer, Evans & Chater (2015a).

14/03/2017