Puccinia crepidis-aureae Sydow, 1901

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op Crepis

on Crepis

gal: Geen waardwisseling. Aecia onderzijdig, bekervormig, geel met teruggeslagen rand, op gele vlekken, ook op nerven en bladstelen. Uredinia, beiderzijdig, gelijktijdig de aecia verschijend, kaneelbruin, zeer klein (0.2 mm). Urediniosporen 16-24 µm, met 2(3) meestal boven-equatoriale poren. Telia beiderzijdig, zwartbruin; sporen 18-31 x 20-42 µm, tweecellig, fijn-wrattig, op zeer korte, hyaliene stelen.

gall: No host plant alternation. Aecia hypophyllous, cupulate, yellow with recurved margin, on yellow spots, also on veins and petioles. Uredinia amphigenous, cinnamon brown, simultaneous with the aecia, tiny (0.2 mm). Urediniospores 16-24 µm, with 2(3) mostly supra-equatorial pores. Telia amphigenous, blackish brown; spores 18-31 x 20-42 µm, two-celled, finely verrucose, on very short, hyaline pedicels.

waardplanten: Asteraceae, nauw monofaag

hostplants: Asteraceae, narrowly monophagous

Crepis aurea.

literatuur:

references:

Blumer (1946a), Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Gäumann (1959a). Jage, Scholler & Klenke (2010a), Klenke & Scholler (2015a).

27/05/2017