Puccinia crepidis-montanae Magnus, 1904

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op Crepis

on Crepis

gal: Geen waardwisseling. Spermogonia vooral bovenzijdig op bruine, geel-omrande bladvlekken. Aecia onderzijdig, bekervormig, geel met teruggeslagen rand, op gele vlekken, ook op nerven en bladstelen. Uredinia beiderzijdig, poederig, bruin. Urediniosporen 20-24 x 25-31 µm, met (2)3(4) poren op of boven de equator. Telia vooral onderzijdog, vrijwel zwart; sporen 21-31 x 27-45 µm tweecellig, fijn-wrattig, op korte, hyaliene, afvallende stelen.

gall: No host plant alternation. Spermogonia mainly epiphyllous on brown, yellow-margined leaf spots. Aecia hypophyllous, cupulate, yellow with recurved margin, on yellow spots, also on veins and petioles. Uredinia amphigenous, pulverulent, brown. Urediniospores20-24 x 25-31 µm, with (2)3(4) on or abbove the equator. Telia mainly hypophyllous, almost black; spores 21-31 x 27-45 µm, two-celled, finely verrucose, on short, hyaline, deciduous pedicels.

waardplanten: Asteraceae, nauw monofaag

hostplants: Asteraceae, narrowly monophagous

Crepis pontana.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Gäumann (1959a), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Klenke & Scholler (2015a).

27/11/2016