Puccinia crepidis Schröter, 1887

Fungi, Uredinales, Pucciniaceae

op Crepis

on Crepis

gal: Geen waardwisseling. Aecia onderzijdig, puistvormig, verspreid over het gehele blad en vaak ook over alle bladen van de plant; de bladen zijn verkleurd en verdikt. Uredinia vooral onderzijdig, 0.5 mm, helder bruin; sporen 16-20 x 20-15 µm, 2-3 poren. Telia onderzijdig, vaak ook op de stengel, bruinzwart. Teliosporen twee-cellig, eivormig, nauwelijks ingesnoerd, wand gelijkmatig van dikte, vrij dun, fijwrattig; steel kleurloos, afvallend. De schimmel is systemisch; aangetaste planten zijn misvormd, bleekgroen, en komen niet in bloei.

gall: No host plant alternation. Aecia hypophyllous, pustulate, scattered all over the leaf and often over all leaves of the plant; the leaves are discoloured and thickened. Uredinia mainly hypophyllous, 0.5 mm, bright brown; spores 16-20 x 20-15 µm, 2-3 pores. Telia hypophyllous, often also on the stems, blackish brown. Teliospores two-celled, egg-shaped, hardly constricted; wall uniform, rather thin, pustulate; pedicel hyaline, deicduous. The fungus is systemic; infected plants are stunted, pale green and do not flower.

waardplanten: Asteraceae, nauw monofaag

hostplants: Asteraceae, narrowly monophagous

Crepis biennis, capillaris, lampsanoides, nicaeensis, sancta subsp. nemauesensis, tectorum.

Vooral C. capillaris.

Mainly C. capillaris.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Dauphin & Aniotsbehere (1997a) Dietrich (2016b), Gäumann (1959a), Gjaerum (1986a, 1987a), Gjaerum & Dennis (1976a), Jage, Kruse, Kummer, Caspari, Regin & Schmitt (2013a), Klenke & Scholler (2015a), Kozłowska, Mułenko & Heluta (2015a), Kruse & Jage (2014a), Losa España (1942a), Marková & Urban (1988a), Tomasi (2014a), Vanderweyen & Fraiture (2011a).

26/02/2017