Puccinia dupiasii Terrier, 1961

Fungi, Uredinales, Pucciniaceae

op Arenaria

on Arenaria

gal: Geen waardwisseling; uitsluitend uredinia en telia. Uredinia roestbtuin, beiderzjdig, ook op de bloemstelen en kelk, tot 1 mm groot, kussenvormig, lang bedekt door de epidermis. Urediniosporen bolrond, fijn-wrattig met 3-4 verspreide poren, niet bedekt door een papil. De eerste teliosporen ontstaan in de urednia, later in het seizoen in pure telia. Deze vormen een bruinzwarte, niet poederige massa. Teliosporen kort-elliptisch, voor het grooste deel twee-cellig, nauwelijks ingesnoerd; wand glad; steel blijvend, bijna hyalien, 120 µm lang.

gall: No hostplant alternation; only uredinia and telia. Uredinia rust-coloured, amphigenous, also on the peduncles and sepals, up t0 1 mm, pulvinate, long covered by the epidermis. Urediniospores globular, verruculose, with 3-4 dispersed pores, not capped by a papilla. The first teliospores develop in the uredinia, later in the season in pure telia; these form a blackish-brown, not pulverulent mass. Teliopsores short-elliptic, mostly two-celled, hardly constricted; wall smooth; pedicel persistent, almost hyaline, 120 µm.

waardplanten: Caryphyllaceae, nauw monofaag

hostplants: Caryphyllaceae, narrowly monophagous

Arenaria ciliata.

literatuur

references

Brandenburger (1985a), Klenke & Scholler (2015a), Terrier (1961a).

10/10/2016