Puccinia gaeumanni Mayor, 1946

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op Tanacetum

on Tanacetum

gal: Geen waardwisseling, alleen uredinia en telia. Uredinia beiderzijdig, bruin, de eerst gevormden op gele bladvlekken; tussen de sporen draadvormige paraphysen; sporen met 3 kiemporen, elk bedekt door een vlakke papil. Telia bruinzwart, onderzijdig, verspreid, vroeg naakt, niet op bladvlekken, eveneens met paraphysen; sporen 2-cellig, ovaal; wand glad, vrij dik, apicaal niet verdikt; steel hyalien, tot 90 µm.

gall: No host plant alternation, only uredinia and telia. Uredinia amhphigenous, brwonm the first formed ones on yellow spots; between the spores threadlike paraphyses; spores with 3 germination pores, each one capped by a low papilla. Telia blackish brown, hypophyllous, dispersed, soon naked, not on leaf spots, likewise with paraphyses; spores 2-celled, oval; wall smooth, rather thick, apically not thickened; pedicel hyaline, up to 90 µm.

waardplanten: Asteraceae, nauw monofaag

hostplants: Asteraceae, narrowly monophagous

Tanacetum cinerariifolium.

literatuur

references

Brandenburger (1985a), Buhr (1965a), Gäumann (1959a), Klenke & Scholler (2015a).

13/12/2016