Puccinia festucae Plowright, 1893

Fungi, Uredinales, Pucciniaceae

op Drymochloa

on Drymochloa

gal: uredinia roestrood, bovenzijdig, met paraphysen; sporen met 8-9 kiemporen. Telia onderzijdig, zwartbruin, door de epidermis bedekt, door rijen bruine paraphysen gecompartimenteerd; sporen tweecelling, aan de top met 1-5, slechts 2-6 µm lange vingervormige uitsteeksels; steel zeer kort.

gall: uredinia rust-coloured, epiphyllous, with paraphyses; spores with 8-9 germination pores. Telia hypophyllous, blackish brown, covered by the epidermis, divided into compartments by rows of brown paraphyses; spores two-celled, apically with 1-5 only 2-6 µm long digitiform processes; pedicel very short.

uredinia, telia: Poaceae, monofaag

uredinia, telia: Poaceae, monophagous

Drymochloa sylvatica (= Festuca altissima).

synoniemen: vaak als conspecifiek beschouwd met P. coronata.

synonyms: often considered conspecific with P. coronata.

opmerkingen: de waardwisseling is niet bekend. Infecteren van Frangula alnus en Rhamnus cathartica, waardplanten van P. coronata, lukte niet.

notes: the host alternation is not known. Artifical infection of Frangula alnus en Rhamnus cathartica, hostplants of P. coronata failed.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Gäumann (1959a), Klenke & Scholler (2015a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Woods, Stringer, Evans & Chater (2015a).

11/01/2017