Puccinia heraclei Greville, 1823

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op Heracleum

on Heracleum

gal: Aecia onderzijdig, wratachig zonder duidelijke rand, ook op de nerven en bladstelen, dict bijeen op gele, vergalde plekken. Uredinia en telia slechts zelden gevormd, beiderzijdig, lichtbruin, resp. bruinzwart. Urediniosporen 19-27 x 25-33 µm, met 3-4 kiemporen. Teliosporen twee-cellig, kort-oval met een reticulate wandstructuur, op een korte, afbrekende steel.

gall: Aecia hypophyllous pustules without a clear margin, also on the veins and petioles, inh dense groups on yellow, galled spots. Uredinia and telia only rarely formed, amphigenous, light brown and blackish brown, respectively. Urediniospores 19-27 x 25-33 µm, with 3-4 germination pores. Teliospores two-celled, short-oval with a reticulate wall structure, on a short, deciduous pedicel.

waardplanten: Apiaceae, monofaag

hostplants: Apiaceae, monophagous

Heracleum sphondylium & subsp. elegans + sibiricum.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Ellis & Ellis (1997a), Gäumann (1959a), Klenke & Scholler (2015a), Poelt & Zwetko (1997a), Preece & Hick (1994a), Redfern & Shirley (2011a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Vanderweyen & Fraiture (2011a), Wilson & Henderson (1966a), Woods, Stringer, Evans & Chater (2015a).

11/01/2017