Puccinia imperatoriae-mamillata Cruchet, 1913

Fungi, Uredinales, Pucciniaceae

op Peucedanum

on Peucedanum

gal: spermogonia bovenzijdig, ook op de bladstelen, talrijk. Aecia vooral onderzijdig, bekervomig, op vergalde plekken op de bladeren, nerven en bladstelen.

gall: spermogonia epiphyllous, also on the petioles, numerous. Aecia mainly hypophyllous, cupulate, on galled spots on the leaves, veins and petioles.

spermogonia, aecia: Apiaceae, nauw monofaag

spermogonia, aecia: Apiaceae, narrowly monophagous

Peucedanum ostruthium.


op Persicaria

on Persicaria

gal: uredinia en telia onderzijdig, verspreid, snel naakt. Uredinia geelbruin; sporen 20-22 x 22-4 µm, fijn-wrattig, met 4-6 onduidelijke kiemporen. Telia zwartbruin, sporen 2-cellig, bijna bolrond; wand dun, glad (volgens Klenke & Scholler memestal met wratten, vaak in langsrijen); steel kort, hyalien afvallend; kiemporen met een kleine hoge papil.

gall: uredinia and telia hypophyllous, scattered, soon naked. Uredinia yellowish brown, spores 20-22 x 22-4 µm, verruculose, with 4-6 indistinct germination pores. Telia blackish brown; spores 2-celled, almost globular; wall thin, smooth (but according to Klenke & Scholler mostly with small warts, arranged in vertical lines); pedicel short, hyaline, deciduous; germination pores capped by small but high papillae.

uredinia, telia: Polygonaceae, nauw monofaag

uredinia, telia: Polygonaceae, narrowly monophagous

Persicaria bistorta.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a:85, 452), Gäumann (1957a), Klenke & Scholler (2015a).

22/12/2016