Puccinia jageana Scholler, Thiel & Klenke

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op Carex

on Carex

gal: geen waardwisseling, alleen uredinia en telia. Uredinoa onderzijdig, ook op de stengel, roodbruin, tot ± 0.7 mm Urediniosporen 22-24 x 24-28 µm, fijn bestekeld, met 2-3(4) meestal equatoriale poren. Telia als de uredinia maar zwart. Teliospren kort-elliptisch, twee-cellig, 16-21 x 38-53 µm. De wand van de bovenste cel heeft hyaliene buitenlaag en een bruine binnenste laag. Steel meestal korter dan de spopre, blijvend, gelig.

gall: no host alternation, only uredinia and telia. Uredinia hypophyllous, also on the stem, up to 0.7 mm, reddish brown. Urediniospores 22-24 x 24-28 µm, spinulose, with 2-3(4) mostly equatorial pores.Telia like the uredinia but black. Teliospores two-celled, broad-elliptic, 16-21 x 38-53 µm. The top cell has a double-layered wall: outer layer hyaline, inner one brown. Pedicel persistent, yellowish, mostly shorter than the spore.

waardplanten: Cyperaceae, nauw monofaag

hostplants: Cyperaceae, narrowly monophagpus

Carex filiformiis.

opmerking: op basis van de urediniosporen past de soort in het complex van Puccinia dioicae.

note: xxxxxxxxxxx

literatuur:

references:

Klenke & Scholler (2015a).

11/11/2016