Puccinia laguri-chamaemoly Maire, 1919

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op Allium

op Allium

gal: spermogonia beiderzijdig, oranje, vaak tussen de aecia te vinden. Aecia onderzijdig, bekervormig met een wit peridium en een oranje sporenmassa.

gall: spermogonia amphigenous, orange, often visible between the aecia. Aecia hypophyllous, cup-shaped, with a white peridium and an orange mass of spores.

spermogonia, aecia: Amaryllidaceae monofaag

spermogonia, aecia: Amaryllidaceae monophagous

Allium ampeloprasum, chamaemoly, fistulosum, flavum, narcissiflorum, neapolitanum, paniculatum, pyrenicum, roseum, rotundum, schoenoprasum, scorodoprasum, sphaerocephalon, strictum.

opmerkingen: morfologisch niet met zekerheid te onderscheiden van andere soorten op dezelfde waardplant.

notes: morphologically not with certainty distinguishable from other species on the same host plant.


op Lagurus

on Lagurus

gal: uredinia vooral bovenzijdig, goudgeel, zonder paraphysen. Urediniosporen ± bolrond met een fijn-bestekelde celwand en 8 kiemporen. Telia beiderzijdig, zwart, permanent door de epidermis bedekt, door rijen slanke bruine paraphysen gecompartimenteerd. Teliosporen tweecellig, niet ingesnoerd, wand glad, vrij dun maar aan de afgeplatte top licht verdikt; steel kort.

gall: uredinia mainly epiphyllous, golden yellow, without paraphyses. Urediniospores ± globular, wall spinulose with 8 germination pores. Telia hypophyllous, black, long covered by the epidermis, divided into compartments by rows of slender, brown, paraphyses. Teliospores 2-celled, not constricted; wall smooth, rather thin but slightly thickened at the flattened tip; pedicel short.

uredinia, telia: Poaceae, monoofaag

uredinia, telia: Poaceae, monophagous

Lagurus ovatus.

literatuur:

references:

Gäumann (1959a), González Fragoso (1924a), Klenke & Scholler (2015a).

10/04/2017