Puccinia major Dietel, 1894

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op Crepis

on Crepis

Crepis paludosa, Engeland, Vice County: Mid-west Yorkshire, VC64: groep aeci, in het centrum enkele spermogonia; © Malcolm Storey, BioImages

Puccinia major: aecia on Crepis paludosa

Crepis paludosa, England, Vice County: Mid-west Yorkshire, VC64: group of aecia, a few spermogonia in the centre; © Malcolm Storey, BioImages

gal: Geen waardwisseling. Spermogonia tussen de aecia. Aecia onderzijdig, bekervormig, geel met teruggeslagen rand, op gele vlekken, ook op nerven en bladstelen. Uredinia beiderzijdig.poederig, na de aecia verschijend, kaneelbruin, vaak op gele vlekken. Urediniosporen 18-26 x 24-30 µm, met 2 min of meer equatoriale poren die niet bedekt zijn met een papil. Telia als de uredinia maar zwartbruin; sporen 21-33 x 28-48 µm tweecellig, fijn-wrattig, op korte, hyaliene stelen.

gall: No host plant alternation. Spermogonia between the aecia. Aecia hypophyllous, cupulate, yellow with recurved margin, on yellow spots, also on veins and petioles. Uredinia amphigenous, pulverulent, cinnamon brown, appearing after the aecia, also often on yellow spots. Urediniospores 19-21 x 19-26 µm, with 2 ± equatorial pores, not capped by a papilla. Telia as the uredinia but blackish brow; spores 21-33 x 28-48 µm, two-celled, finely verrucose, on short, hyaline pedicels.

waardplanten: Asteraceae, nauw monofaag

hostplants: Asteraceae, narrowly monophagous

Crepis paludosa, pantocsekii.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Doppelbaur (1968a, 1973a), Ellis & Ellis (1997a), Gäumann (1959a), Henderson (2000a, 2004a), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Losa España (1942a), Marková & Urban (1988a), Poelt & Zwetko (1997a), Preece & Hick (1994a), Redfern & Shirley (2011a), Ruszkiewicz-Michalska (2006a), Schmid-Heckel (1985a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Tomasi (2012a), Vanderweyen & Fraiture (2011a), Wilson & Henderson (1966a), Woods, Stringer, Evans & Chater (2015a).

11/01/2017