Puccinia mariana Saccardo, 1915

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op Silybum

on Silybum

Silybum marianum, uit González Fragoso (1924a): urediniosporen en teliosporen

Puccinia mariana: spores

Silybum marianum, from González Fragoso (1924a): urediniospores and teliospores

gal: Spermogonia geel, in grote groepen. Geen Aecia. Uredinia beiderzijzidig, kastanjebruin. Telia vooral onderzijdig, lang bedekt door de epidermis, daarna zwart. Sori met beide sporemtypen komen veel voor. Urediniosporen 15-17 x 26-38 µm, wand kleurloos met 3-6 kiemporen. Teliosporen tweecellig, op een korte steel (< 20 µm); kiempore van de onderste cel nabij de tussenwand.

gall: Spermogonia yellow, in large groups. No aecia. Uredinia amphigenous, chestnut brown. Telia mainly hypophyllous, long covered by the epidermis, eventually black. Sori with both sore types are common. Urediniosporen 15-17 x 26-38 µm, wall colourless with 3-6 germination pores. Teliospores two-celled, on a short pedicel (< 20 µm); the pore of the lower cell near the separation wall.

waardplanten: Asteraceae, monofaag

hostplants: Asteraceae, monophagous

Silybum marianum.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Gäumann (1959a), González Fragoso (1924a), Henderson (2000a, 2004a), Klenke & Scholler (2015a), Savchenko, Heluta, Wasser & Nevo (2014d), Termorshuizen & Swertz (2011a).

30/05/2017