Puccinia minussensis von Thümen, 1878

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op Lactuca

on Lactuca

gal: de schimmel is uniek doordat er twee generaties zijn. In de eerste generatie worden spermogonia, aecia en telia gevormd; het mycelium is systematisch en overblijvend, en misvormt de hele plant: de internodia zijn verlengd slap en getordeerd, de bladen verkleind, de bloei is geremd. De tweede generatie, vanaf augustus, vomt uredinia en telia; de planten die dan worden geínfecteerd vertonen geen enkele groeistoring. Spermognia zoetgeurend, bovenzijdig op de bovenste bladeren. Aecia geel, ingezonken in het plantweefsel, open met een porie, op de nerven. Uredinia bovenzijdig; sporen 20-25 x 23-26 µm. Telia zwart, ook op de stengel, poedeg; sporen tweecellig.

gall: the fungus is unique by having two generations. In the first generation spermogonia, aecia, and telia are formed; the mycelium is perennial and systemic, disfiguring the entire plant: the internodes are lengthened, lank, and spiralled, the leaves are smaller, and flowering is impeded. The second generation, from August on, forms uredinia and telia; the plants that then are infected do not show any disturbance. Spermogonia with a sweet fragrance, epiphyllous, on the uppermost leaves. Aecia yellow, deeply embedded in the host tissue, opening by a pore, on the thicker veins. Uredinia epiphyllous; spores 20-25 x 23-26 µm. Teloa black, also on the stems pulverulent; spores two-celled.

waardplanten: Asteraceae, nauw monofaag

hostplants: Asteraceae, narrowly monophagpus

Lactuca sibirica, tatarica.

synoniemen: Puccinia tatarica Tranzschel, 1904.

synonyms: Puccinia tatarica Tranzschel, 1904.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Gäumann (1959a), Klenke & Scholler (2015a), Mułenko, Piątek, Wołczańska, Kozłowska & Ruszkiewicz-Michalska (2010a).

19/12/2016