Puccinia montivaga Bubák, 1905

Fungi, Uredinales, Pucciniaceae

op Hypochaeris

on Hypochaeris

gal: Geen waardwisseling; aecia ontbreken. Spermogonia beiderzijdig, honingkleurig. Uredinia en telia beiderzijdig, poederig, respectievelijk kastanje- en donkerbruin. De eerst-gevormde urediunia, in juni-juli, liggen in opvallende kringen rondom de spermogonia en zijn licnter gekleurd, kaneelbruin; ze veroorzaken violette, geel-omrande blaadvlekken. Urediniosporen fijn-bestekeld, 20-26 x 28-35 µm met 2 boven de equator gelegen kiemporen. Teliosporen 20-24 x 33-38 µm, elliptisch, twee-cellig, fijn-wrattig; steel kort, kleurloos, afvallend.

gall: No host plant alternation; aecia are missing. Spermogonia amphigenous honey-coloured. Uredinia and telia amphigenous, chestnut and dark brown, respectively. The uredina that are formed first, in June, July, in conspicuous cirles around the spermogonia, also lighter in colour, cinnamon-coloured; they cause purple, yellow-bordered leaf spots. Urediniospores 20-26 x 28-35 µm, spinulose, with 2 germination pores above the equator. Teliosppores 20-24 x 33-38 µm, elliptic, 2-celled, verruculose; pedicel short, hyaline, deciduous.

waardplanten: Asteraceae, nauw monofofaag

hostplants: Asteraceae, nauw monophagous

Hypochaeris uniflora.

synoniemen: wordt vaak opgevat als een variëteit van P. hieracii.

synonyms: often taken as a variety of P. hieracii.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Gäumann (1959a), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Klenke & Scholler (2015a).

17/11/2016