Puccinia nemoralis Juel, 1894

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op Melampyrum

on Melampyrum

gal Aecia bekervormig, op de onderzijde van het blad, in cirkelvormige groepen op violette of geelbruine plekken.

gall Aecia cup-shaped, at the underside of the leaf, in circular groups on violet or yellowish brown spots.

spermogonia, aecia: Orobanchaceae, monofaag

spermogonia, aecia: Orobanchaceae, monophagous

Melampyrum cristatum, nemorosum, pratense, sylvaticum.


op Molinia

on Molinia

gal Uredinia klein, meestal op de onderzijde van het blad, lineair, bruin; telia als de uredinia, in tot 15 mm grote groepen, zwart. Urediniosporen diwkandig, fijn-bestekeld, met 3 onduidelijk kiemporen, elk bedekt door een lage papil. Teliosporen 2-cellig, breed-elliptisch, wand glad; steel kleurloos, blijvend, zeer lang.

gall Uredinia mostly at the underside of the leaf, linear, brown; telia like the uredinia, in groups of up to 15 mm, black. Urediniospores thick-walled, spinulose, with 3 inconspicuous germinaion pores, each one capped by a low papilla. Teliospores 2-celled, broad-elliptic, wall smooth; pedicel hyaline, persistent, very long.

uredinia, telia: Poaceae, monofaag

uredinia, telia: Poaceae, monophagous

Molinia caerulea.

synoniemen: P. brunellarum-moliniae en P. nemoralis worden vaak als één soort beschouwd, en dan aangeduid als P. moliniae Tulasne, 1854.

synonyms: P. brunellarum-moliniae and P. nemoralis are often considered conspecific, and then addressed as P. moliniae Tulasne, 1854.

literatuur

references

Brandenburger (1985a), Buhr (1965a), Gäumann (1959a), Henderson (2000a, 2004a), Klenke & Scholler (2015a), Preece & Hick (1994a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Woods, Stringer, Evans & Chater (2015a).

11/01/2017