Puccinia nigrescens Kirchner, 1856

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op Salvia

on Salvia

gal: Aecia op violette vlekken langs de nerven. Uredinia en telia vooral onderzijdig, respectievelijk bruin en zwartbruin. Urediniosporen 21-26 x 23-37, bestekeld, met 2 eqautoriale kiemporen. Teliosporen tweeecellig, op een tot 45 µm lange, afbrekende steel.

gall: Aecia on violet stripes along the veins. Uredinia and telia mainly hypophyllous, brown and blackish brown, respectively. Urediniosporen 21-26 x 23-37, spinulose, with 2 equatorial germination pores. Teliiospores two-celled on a deciduous pedicel of up to 45 µm.

waardplanten: Lamiaceae, nauw onofaag

hostplants: Lamiaceae, nU monophagous

Salvia judaica, x sylvestris, verticillata & subsp. amasiaca, virgata.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985: 540, Buhr (1965a), Erdoğdu, Hüseyin & Suludere (2010a), Gäumann (1959a), González Fragoso (1924a), Klenke & Scholler (2015a), Kozłowska, Mułenko & Heluta (2015a), Negrean & Denchev (2000a), Poelt & Zwetko (1997a), Schmid-Heckel (1985a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Tomasi (2014a), Tóth (1994a), Vanderweyen & Fraiture (2011a).

15/04/2017