Puccinia nitidula Tranzschel, 1911

Fungi, Uredinales, Pucciniaceae

op Heracleum

on Heracleum

gal: Aecia bekervormig, met witte uitwaaierende rand, op witte bladvlekkem.

gall: Aecia cupulate, peridium white, fringed, on white leaf spots.

spermogonia, aecia: Apiaceae, monofaag

spermogonia, aecia: Apiaceae, monophagous

Heracleum alpinum, sphondylium & subsp. sibiricum .


op Persicaria

on Pericaria

gal: uredinia onderzijdig, verspreid, kaneelbruin; sporen 17-21 x 22-29 µm, verwijderd fijn-wrattig, met ? 4 lastig zichtbare kiemporen. Telia onderzijdig, bruinzwart, poederig; teliosporen 2-cellig, 19 x 30 µm, kort-elliptisch. Kiempore van de onderste cel nabij de basis, bedekt door een vlak papil. Steel hyalien, kort, afvallend.

gall: uredinia hypophyllous, cinnamon brown, dispersed; spores 17-21 x 22-29 µm, sparely verruculose, ? 4 indistinct germation pores. Telia hypophyllous, blackish brown, pulverulent; teliospores 2-celled, 19 x 30 µm, short-elliptic. Germination pore of the lower cell close to the base, capped by a low papilla. Pedicel hyaline, short, deciduous.

uredinia, telia: Polygonaceae, nauw monofaag

uredinia, telia: Polygonaceae, narrowly monophagous

Persicaria alpina.

literatuur:

references:

Brandenburger (1965a), Gäumann (1959a), Klenke & Scholler (2015a), Tomasi (2014a).

15/12/2016