Puccinia odontolepidis Gonzalez Fragoso, 1918

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op Cirsium

on Cirsium

Cirsium odontolepis, uit González Fragoso (1924a): urediniosporen en teliosporen

Puccinia odontolepidis: spores

Cirsium odontolepis, from González Fragoso (1924a): urediniospores and teliospores

gal: geen waardwsseling, alleen telia. Telia onderzijdig, talrijk, zwart, poederig. In de telia wordt een klein aantal urediniopsoren gevormd; deze zijn vrijwel kogelrond, meten ø 35 µm en hebben 3 kiemporen elk met een duidelijke papil. Teliosporen 2-cellig, wand gelijkmatig van dikte, vaak de topcel met een lage papil; de hyaliene, afbrekende steel is korter dan, zelden even lang als de spore.

gall: no host plant alternation, only telia. Telia hypophyllous, numerous, black, pulverulent. In the telia a small number of urediniospores is formed; they are globular, 35 µm in ø, and have 3 germination pores with clear papillae. Teliospores 2-celled, wall uniformly thick, top cell often with a low papilla; pedicel hyaline, brittle, shorter than, rarely as along as, the spore.

waardplanten: Asteraceae, nauw monofaag

hostplants: Asteraceae, narrowly monophagous

Cirsium eriophorum, odontolepis

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a: 665) González Fragoso (1924a), Mayor (1970a).

17/04/2017