Puccinia oreoselini (Strauss) Körnicke, 1869

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op Peucedanum

on Peucedanum

gal: Geen waardwisseling, geen aeci.De eest gevormde, kaneelbruine uredinia veroorzaken tot enige centimeters grote zwellingen van de bladstelen; later gevornde zijn klein en bruin; sporen aan de top met een verdikte wand; 3 equatoriale kiemporen, elk bedekt door een lage papil. Telia klein, poederig, donkerbruin, ten dele ontstaand uit de uredinia; sporen tweecellig, wrattig; steel afbrekend.

gall: No host plant alternation, no aecia. The cinnamon brown uredinia that are formed first cause swellings, up to several centimeters long, on the petioles; the later formed ones are minute, brown; spores apically with a thickened wall; 3 equatorial germination pores, each one capped by a low papilla. Telia small, pulverulent, dark brown, partly derived from the uredinia; spores two-celled, verucose; pedicel deciduous.

waardplanten: Apiaceae, monofaag

hostplants: Apiaceae, monophagous

Peucedanum cervariifolium, oreoselinum.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a: 452), Buhr (1965a), Gäumann (1959a), Klenke & Scholler (2015a), Kozłowska, Mułenko & Heluta (2015a), Riegler-Hager (2000a), Tomasi (2014a), Vanderweyen & Fraiture (2011a).

26/02/2017