Puccinia pedicularis von Thümen, 1880

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op Pedicularis

on Pedicularis

gal: geen waardwisseling, alleen telia: vooral bovenzijdig, kastanjebruin, poederig, tot 3 mm groot; vaak langs de hoofdnerf, zonder bladvlekken te veroorzaken. Sporen 2-cellig, ovaal, bijna glad; steel tot 25 µm, hyalien, fragiel; de sporen vallen af.

Klenke & Scholler schrijven daarentegen dat de steel bijvend is, en tot 70 µm lang<

gall: No host plant alternation, only telia: mainly epiphyllous, chestnut brown, pu;verulent, up to 3 mm large; often along the midrib, not causing leaf spots. Spores 2-celled, oval, almost smooth; pedicel up to 25 µm hyalne, fragile; the spores fall off.

However, Klenke & Scholler describe the pedicel as persistent and up to 70 µm long.

waardplanten: Orobanchaceae, nauw monofaag

hostplants: Orobanchaceae, narrowly monophagous

Pedicularis flammea, oederi, rosea, verticillata.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Gäumann (1959a), Klenke & Scholler (2015a).

25/12/2016