Puccinia petasites-poarum Gäumann & Eichhorn, 1941

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op Petasites

on Petasites

gal: afgezien van de waardplant niet te onderscheiden van Puccinia poarum.

gall: Apart from the host plant not distinguishable from Puccinia poarum.

spermogonia, aecia: Asteraceae, monofaag

spermogonia, aecia: Asteraceae, monophagous

Petasites albus, hybridus, kablikianus, paraddoxus.


op Poa

on Poa

gal: uredinia vooral bovenzijdig, roest-kleurig, meestal met eemn aantal knotsvormige of gekopte paraphysen; sporen 18-21 x 22-25 µm, met 6-8 onopvallende kiemporen. Telia bovenzijdig, klein, zwart, lang door de epidermis bedekt, door grote aantallen bruine geknopte paraphysen in kleine compartimenten onderverdeeld; sporen twee-cellig, 17-23 x 53-60 µm, wand glad; steel kort, bruinig, blijvend.

gall: uredinia mainly epiphyllous, rust-coloured, often with a number of clavate or capitate paraphyses; spores 18-21 x 22-25 µm with 6-8 indistinct germination pores. Telia epiphyllous, small, black, long covered by the epidermis, divided into small sections by many brown, capite paraphyses; spores two-celled, 17-23 x 53-60 µm, wall smooth, pedicel short, brownish, persistent.

uredinia, telia: Poaceae, nauw monofaag

uredinia, telia: Poaceae, narrowly monophagous

Poa alpina, nemoralis, palustris

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Buhr (1965a), Gäumann (1959a), Klenke & Scholler (2015a).

21/12/2016