Puccinia poae-aposeridis Gäumann & Poelt, 1960

Fungi, Uredinales, Pucciniaceae

op Aposeris

on Aposeris

gal: aecia onderzijdig in dichte kringen, op ook van boven opvallende rode of gele, tot 2 cm grote vlekken. Peridium goed ontwikkeld, wit. De sporen zijn kleurloos.

gall: aecia hypophyllous in close circles on yellow or reddish spots of up to 2 cm, very conspicuous also from above. Peridium well developed, white. The spores are colourless.

spermogonia, aecia: Asteraceae, monofaag

spermogonia, aecia: Asteraceae, monophagous

Aposeris foetida.


op Poa

on Poa

gal: uredinia onderzijdig, < 0.5 mm, goudgeel, op langgerekte gele bladvlekken. Telia eveneens onderzijdig en zeer klein, zwart. Teliosporen tweecellig, glad, wand van de topcel apicaal sterk verdikt; steel kort, hyalien, blijvend.

gall: uredinia hypophyllous, < 0.5 mm, golden yellow, on elongated yellow leaf spots. Telia equally tiny and hypophyllous, black. Teliospores two-celled, smooth, wall of the top cell apically strongly thickened; pedicel short, hyaline, persistent.

uredinia, telia: Poaceae, nauw monofaag

uredinia, telia: Poaceae, narrowly monophagous

Poa nemoralis.

gal: door Brandenburger opgevat als onderdeeel van Puccinia dioicae s.l..

gall: taken by Brandenburger as a member of Puccinia dioicae s.l..

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Klenke & Scholler (2015a), Pfeifhofer (1994a), Poelt & Zwetko (1997a), Zwetko & Blanz (2012a).

06/10/2016