Puccinia recondita Dietel & Holway, 1857

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op Boraginaceae

on Boraginaceae

gal: spermogonia bovenzijdig. Aecia onderzijdig, oranje, bekervormig, in dichte kringen op hoofdnerf, bladsteel en stengel.

gall: spermogonia epiphyllous. Aecia hypophyllous, orange, cupulate, in dense circles on the midrib, petiole and stem.

spermogonia, aecia: Boraginaceae, ? monofaag

spermogonia, aecia: Boraginaceae, ? monphagous

Anchusa azurea, calcarea, capensis, leptophylla, ochroleuca, officinalis, undulata.

Mogelijk ook Lithospermum officinale.

Possibly also Lithospermum officinale.


op Secale

on Secale

gal: uredinia roodbruin, verspreid vooral op de bvenzijdde van het blad; zonder paraphysen. Urediniosporen fijn bestekeld, met meer dan vijf verspreide en niet gemakkelijk zichtbare poren. Telia onderzijdig, zwartbruin, bedekt door de epidermis; ze zijn door rijtjes bruine paraphysen gecompartimenteerd. Teliosporen 2-cellig, slank kegelvormig, versmald naar de korte dikke steel; de wand is glad en dun, maar verdikt in de vlakke top van de spore.

gall: uredinia reddisg brown, mainly epiphyllous, dispersed over the leaf; without paraphyses. Urediniospores finely spinulose, with at least five dispersed, not very conspicuous spores. Telia hypophyllous, blackish brown, covered by the epidermis; they are divided into compartments by rows of brown paraphyses. Teliospores 2-celled, slender-clavate, tapering into the short, thick pedicel; the wall is smooth and thin, but thickened at the flat tip of the spore.

uredinia, telia: Poaceae, monofaag

uredinia, telia: Poaceae, monophagous

Secale cereale.

synoniemen: Puccinia dispersa Eriksson & Henning, 1894; P. secalina Grove, 1913.

synonyms: Puccinia dispersa Eriksson & Henning, 1894; P. secalina Grove, 1913.

opmerkingen: over wat onder deze soort moet worden verstaan lopen de opvattingen in de literatuur zeer sterk uiteen. Auteurs als Termorshuizen & Swertz hanteren een extreem breed concept van deze soort, met aecia op verschillende Boraginaceae en Ranunculaceae, en telia op allerlei Poaceae, Klenke & Scholler juist een zeer nauw (hier nagevolgd). De Index Fungorum (2016) en MycoBank (2016) nemen een tussenpositie in; zij spreken van recondita met een eental formae speciales en subspecies. Moleculair onderzoek dat een van beide standpunten onderbouwt laat nog wat op zich wachten ,maar zie bijv. Lie ea.

Wat ook al niet helpt is dat het nog steeds niet duidelijk schijnt te zijn wat de ware recondita is. De Index Fungorum (2016) noemt als auteurs van de naam Dietel & Holway, 1857, maar Mycobanak (2016) schrijft Roberge ex Desmazières, 1857. Dezelfde onduidelijkheid werd al gesignaleerd door Gäumann, die wellicht om deze reden de naam recondita in zijn boek niet gebruikt. Klenke & Scholler beschrijven als reondita Roberge een soort die alterneert tussen Anchusa en Secale (P. dispersa bij Gaumann); de beschrijving opo deze pagina is daarop van toeassing.

Onderstaande lijst geeft alle soorten die tot recondita in brede zin worden gerekend.

notes: opinions about what should be understood under this species differ widely in the literature. Authors like Termorshuizen & Swertz maintain an extremely wide concept op recondita, with aecia on various Boraginaceae and Ranunculaceae, and telia in a wide range of Poaceae, Klenke & Scholler at the other hand a narrow (followed here). The Index Fungorum (2016) and the MycoBank (2016) maintain more or less a middle positon; they speak about recondita, with a considerable number of formae speciales and subspecies. Molecular data supporting either view is slowly forthcoming, but see Liu ao.

Not helpfull either is the fact that the identity of the true recondita still seems to be unclear. The Index Fungorum (2016) mentions Dietel & Holway, 1857 as authors of the name, but Mycobanak (2016) writes Roberge ex Desmazières, 1857. The same ambiguity was signalled already by Gäumann, who perhaps for that reason abstained of using the name in his book. Klenke & Scholler describe as reondita Roberge a species that alternates between Anchusa and Secale (Gäumann's P. dispersa); the description on this page applies to that species.

The list below sums all species that are attributed to recondita in its wide sense.

literatuur:

references:

Bahcecioglu & Gjaerum (2004a), Baka, Alwadie & Mostafa (2004a), Baka & Rabei (2013a), Buhr (1964a, 1965a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Ellis & Ellis (1997a), Gäumann (1959a), Gjaerum (1982a, 1986a, 1987a), Gjaerum & Dennis (1976a), Henderson (2000a, 2004a), Klenke &am; Scholler (2015a), Korytnianska & Popova (2012a), Kozłowska, Mułenko & Heluta (2015a), Kruse (2014a), Liu & Hamilton (2013a), Liu, Szabob, Hambleton, Anikster & Kolmer (2013a), Ludwig (1974a), Melgarejo Nárdiz, García-Jiménez, Jordá Gutiérrez, López González, Andrés Yebes & Duran-Vila (2010a), Negrean (1997a), Negrean & Denchev (2000a), Preece & Hick (1994a), Redfern & Shirley (2011a), Roskam (2009a), Scheuer & Bechter (2012a), Termorshuizen & Swertz (2012a), Tomasi (2012a, 2014a), Vanderweyen & Fraiture (2011a), Wilson & Henderson (1966a), Woods, Stringer, Evans & Chater (2015a), Zwetko & Blanz (2012a).

26/02/2017