Puccinia retifera Lindroth, 1902

Fungi, Uredinales, Pucciniaceae

op Chaerophyllum

on Chaerophyllum

gal: Geen waardwisseling. Aecia veroorzaken vergalling op de nerven en bladstelen; zich spleetvormog openend. Uredinia en telia onderzijdig, resectievelijk (geel-)bruin en kastanjebruin. Uredinisporen 17-21 x 18-25 µm, met 3 equatoriale poren. Teliosporen tweecellig, kort-ovaal, wand met een opvallende netstructuur; een steel van ongeveer gelijke lengte als de spore.

gall: No host plant alternation. Aecia cause galling of veins and petioles; opening slit-like. Uredinia and telia hypophyllous; (yellow) brown and chestnut brown, respectively. Uredinisporen 17-21 x 18-25 µm with 3 equatorial pores. Teliospores two-celled, short-elliptic; wall with reticulate structure; pedicel of about the same length as the spore.

waardplanten: Apiaceae, monofaag

hostplants: Apiaceae, monophagous

Chaerophyllum aureum, bulbosum, coloratum, hirsutum, temulum.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Gäumann (1959a), Klenke & Scholler (2015a), Ludwig (1974a), Poelt & Zwetko (1997a), Termorshuizen & Swertz (2011a).

19/11/2016