Puccinia salihae Kirbağ & Aime, 2011

Fungi, Uredinales, Pucciniaceae

op Thymelaea

on Thymelaea

gal: Geen waardwisseling. Aecia op bladeren, takken en vruchten; peridium buisvormig, afstaand, 1 mm lang, wit tot honingkeurig; sporen kort-ovaal, 20-23 µm lang. Uredinia vooral op bladeren en takken, tot 2 mm lang, gelig, lang bedekt door de epidermis, zonder paraphysen; urediniosporen bolvormig, fijnbestkeld, met 4 verspreide poren. Telia vooral op de bladeren, tot 2 mm, zwart, poederig. Teliosporen tweecellig, kort-elliptisch, nauwlijks ingesnoerd, 45-51 µm lang, bovenste pore apicaal, onderste nabij het septum; wand glad, bruin, aan de top ietwat verdikt. Steel hyalien, 10-25 µm, afvallend.

gall: No host plant alternation. Aecia on leaves, branches and fruits; peridium tubular, erect, 1 mm long, white to honey-coloured; aeciospsores short-oval, 20-23 µm long. Uredinia mainly on leaves and braches, up to 2 mm long, yellowish, long covered by the epidermis, without paraphyses; urediniospores globular, echinulate, with 4 dispersed spores. Telia mainly on the leaves, up to 2 mm, black, powdery. Teliospsorrs two-celled, short-elliptic, hardly constricted, 45-51 µm long, upper pore apical, lower one near the septum, wall smooth, brown, near the tip somewhat thickened. Pedicel hyaline, 10-25 µm, deciduous.

waardplanten: Thymelaeaceae, monofaag

hostplants: Thymelaeaceae, monophagous

Thymelaea aucheri.

literatuur:

references:

Kirbağ, Aime & Kursat (2011a).

28/01/2016