Puccinia scabiosae-sempervirentis Hasler, 1930

Fungi, Uredinales, Pucciniaceae

op Centaurea

on Centaurea

gal: aecia onderzijdig, bekervormig, met een in slippen verdeelde rand, op gele of rode bladvlekken.

gall: aecia hypophyllous, cupulate, well developed peridium split into segments, on yellow or red leaf spots.

spermogonia, aecia: Asteraceae, nauw monofaag

spermogonia, aecia: Asteraceae, narrowly monophagous

Centaurea scabiosa.


op Carex

on Carex

gal: uredinionosporen 16-28 x 19-28 µm, met 2 poren in het bovenste deel. Telia bruinzwart, niet poederig. Teliosporen 16-18 µm breed, 2-cellig, met een gladde wand die aan de top sterk verdikt is.

gall: urediniospores 16-28 x 19-28 µm, with 2 pores above the equator. Telia blackish brown, not pulverulent. Teliospores 16-18 µm wide, two-celled, with a smooth wall, that apically is strongly thickened.

uredinia, telia: Cyperaceae, nauw monofaag

uredinia, telia: Cyperaceae, narrowly monophagous

Carex sempervirens.

synoniemen: veel auteurs, waaronder Termorshuizen & Swertz, en ook de Index Fungorum (2016), beschouwen deze soort als identiek aan Puccinia dioicae, of als een varieteit daarvan.

synonyms: many authors, including Termorshuizen & Swertz, and also the Index Fungorum (2016) consider this species conspecific with Puccinia dioicae, or a variety of it.

literatuur

references

Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Gäumann (1959a), Klenke & Scholler (2015a), Mayor (1967a), Termorshuizen & Swertz (2011a).

07/12/2016