Puccinia semadenii Gäumann, 1941

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op Peucedanum

on Peucedanum

gal: Geen waardwisselig, alleen uredinia en telia. De uredinia die in het voorjaar worden gevormd (samen met spermogonia) vormen donkerbruine korsten op soms aanzienlijke zwellingen op de bladstelen; vanaf jun zijn de uredinia veel kleiner; sporen aan de top met een wat verdikte wand met (2)3(4) poren. Telia zeer donker bruin, vooral op de stengel; sporen tweecellig, wand gelijkmatig van dikte, glad; steel hyalien, fragiel, ongeveer zo lang als de spore.

gall: No host plant alternation, only uredinia en telia. The uredinia that are formed in spring (together with the spermogonia) form dark brown crusts on swellings, sometimes quite extensive, on the petioles. From June on the uredinia are much smaller; spores apically with a somewhat thickened wall, (2)3(4) germination pores. Telia very dark brown, mainly on the stem; spores two-celled, wall of uniform thickness, smooth; pedicel fragile, hyaline, about as long as the spore.

waardplanten: Apiaceae, nauw monofaag

hostplants: Apiaceae, narrowly monophagous

Peucedanum palustre.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a: 453)), Doppelbauer & Doppelbaur (1973a), Gäumann (1959a), Klenke & Scholler (2015a), Melzer, Pittoni, Poelt & Scheuer (1984a), Riegler-Hager (2000a), Tomasi (2012a, 2014a).

19/04/2017