Puccinia septentrionalis Juel, 1895

Fungi, Uredinales, Pucciniaceae

op Thalictrum

on Thalictrum

gal: Aecia bekervormig, talrijk, op gezwollen, intens-violette plekken aan de bladstelen en aan weerszijden van het blad; sporen 18-22 µm ø.

gall: Aecia cupulate, numerous, on swollen, deep purple spots on the petioles and at either sides of the leaves; spores 18-22 µm ø.

spermogonia, aecia: Ranunculaceae, nauw monofaag

spermogonia, aecia: Ranunculaceae, narrowly monophagous

Thalictrum alpinum.


op Persicaria

on Persicaria

gal: uredinia onderzijdig, geel tot lichtbruin; sporen met 4-5 poren. Telia vooral onderzijdig, donkerbruin. Teliosporen worden deels al gevormd in de uredinia; ze zijn tweecellig, op een korte steel; de bovenste cel distaal met een opvallende, hyaliene papil.

gall: uredinia hypophyllous, yellow to light brown; spores with 4-5 pores. Telia mainly hypophyllous, dark brown. Teliospores part;y already formed in the uredinia; they are two-celled, on a short pedicel; the top cell distally with a conspicuous hyaline papilla.

uredinia, telia: Polygonaceae, nauw monofaag

uredinia, telia: Polygonaceae, narrowly monophagous

Persicaria bistorta, vivipara.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Buhr (1965a), Coulianos & Holmåsen (1991a), Ellis & Ellis (1997a), Gäumann (1959a), Henderson (2000a), Klenke & Scholler (2015a), Poelt & Zwetko (1997a), Preece & Hick (1994a), Redfern & Shirley (2011a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Wilson & Henderson (1966a).

02/01/2017