Puccinia seseleos Guyot, 1951

Fungi, Uredinales, Pucciniaceae

op Seseli

on Seseli

gal: Geen waardwisseling; alleen uredinia en telia. Uredinia onderzijdig, ook op de stengel, vaak in rijen, kaneelkleurig, vroeg naakt, poederig. Sporen 22-31 x 27-37 µm, wand apicaal ietwat verdikt, 2(3) kiemporen. Telia als de uredinia maar zwart. Sporen 2-cellig, eivormig, 21-31 x 34-47 µm, wand ± glad; steel hyalien, afbrekend, tot 40 µm.

gall: No host plant alternation, only uredinia and telia. Uredinia hypophyllous, also on the stem, often in rows, cinnamon coloured, soon naked, pulverutent. Spores 22-31 x 27-37 µm, wall apically somewhat thickened, 2(3) germination pores. Telia like the uredinia, but black. Spores 2-celled, ovoid, 21-31 x 34-47 µm; wall ± smooth; pedicel hyaline, breaking off, up to 40 µm.

waardplanten: Apiaceae, nauw monofaag

hostplants: Apiaceae, narrowly monophagous

Seseli cantabricum, montanum & subsp. nanum, osseum, tortuosum.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a: 458), Buhr (1965a), Gäumann (1959a), Klenke & Scholler (2015a).

01/01/2017