Puccinia urticae-xiphioidis Dupias, 1958

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op Urtica

on Urtica

gal: Aecia wit, onderzijdig, ook op de bladstelen, in kleine groepjes; sporen 14-20 x 18-24 µm. Ze veroorzaken geen vergalling.

gall: Aecia white, hypophyllous, in small groups, also on the petioles; spores 14-20 x 18-24 µm. They do not induce galling.

spermogonia, aecia: Urticaceae; monofaag

spermogonia, aecia: Urticaceae; monophagous

Urtica.


op Iris

on Iris

gal: uredinia vooral onderzijdig, blazig, openend met een spleet, kaneelbruin; sporen met 3 of 4, meestal equattoriale kiemporen, 21-27 x 25-33 µm. Telia zwart, onderzijdig, lijnvormig, vaak samenvloeiend;sporen 2-cellig, 13-20 x 30-57 µm; wand glad, van de bovenste cel apicaal tot 12 µm verdikt.

gall: uredinia cinnamon coloured, bladder-like, opening with a slit; spores with 3 or 4, mostly equatorial, germination pores, 21-27 x 25-33 µm. Telia black, hypophyllous, linear, often confluent; spores 2-celled, 13-20 x 30-57 µm; wall smooth, in top cell apically thickend to 12 µm.

uredinia, telia: Iridaceae, monofaag

uredinia, telia: Iridaceae, monophagous

Iris.

synoniemen: nauw verwant, mogelijk conspecifiek, met P. iridis.

synonyms: closely related, possibly conspecific, with P. iridis.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a: 78, 741).

03/04/2017