Pucciniastrum circaeae (Schumacher) Spegazzini, 1888

Fungi, Uredinales, Pucciniastraceae

op Abies

on Abies

gal: spermogonia op beide zijden van de jonge naalden, honinggeel, door de epidermis heen brekend. Aecia onderzijdig, in twee rijen, staafjes van ca 1 mm hoog, vleeskleurig, later als de sporen gelost zijn, wit. Aeciosporen 14-32 x 11-21 µm, fijnwrattig, maar met een gladde en dunwandige zone.

gall: spermogonia amphigenous on the young needles, honey-coloured, bursting through the epidermis. Aecia hypophyllous, in two rows, c. 1 mm high rods, flesh coloured, later, after release of the spores, white. Aeciospores 14-32 x 11-21 µm, finely verruculose, but with a smooth and thin-walled zone.

spermogonia, aecia: Pinaceae, monofaag

spermogonia, aecia: Pinaceae, monophagous

Abies alba.


op Circaea

on Circaea

Circaea lutetiana, Nieuwendam, Baanakkerspark: aangetast blad, bovenzijde

Pucciniastrum circaeae on leaf of Circaea lutetiana

Circaea lutetiana, Nieuwendam, Baanakkerspark: infested leaf, upperside

onderzijde

Pucciniastrum circaeae uredinia on leaf of Circaea lutetiana

underside

onderzijdige uredinia

Pucciniastrum circaeae uredinia on leaf of Circaea lutetiana

hypophyllous uredinia

de urediniospore komen vrij door een centrale pore

Pucciniastrum circaeae uredinium

the urediniospores are releaved through a central pore

urediniosporen

Pucciniastrum circaeae: urediniospore Pucciniastrum circaeae: urediniospore

urediniospores

gal: uredinia onderzijdig, op bleke vlekken die een groot deel van het blad kunnen innemen; ze zijn bleekgeel en bedekt met een peridium, waarin een centrale pore; de peridiumcellem rondom de pore zijn glad; de sporen zijn min of meer ovaal, fijnwrattig. De gele teliosporen worden gevormd in groepjes van 2-4 cellen in de epidermis of ook in dieper gelegen weefsel.

gall: uredinia hypophyllous, on pale areas that may occupy most of the leaf; they are pale yellow, covered by a peridium with a central pore; the peridium cells around the pore are smooth; the spores more or less ovoid, verruculose. The yellow teliospores are formed in groups of 2-4 in the epidermis or in deeper layers of the leave's tissue.

uredinia, telia: Onagraceae, monofaag

uredinia, telia: Onagraceae, monophagous

Circaea alpina, alpina subsp. imaicola, x intermedia, lutetiana.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Doppelbaur (1968a), Ellis & Ellis (1997a), Gäumann (1959a), Hafellner (1980a), Henderson (2000a, 2004a), Jage, Kruse, Kummer, Caspari, Regin & Schmitt (2013a), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Klenke & Scholler (2015a), Ludwig (1974a), McTaggart, Geering & Shivas (2014a), Maier, Begerow, Weiß & Oberwinkler (2003a), Ruszkiewicz-Michalska (2006a), Schmid-Heckel (1985a), Wilson & Henderson (1966a), Roskam (2009a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Vanderweyen & Fraiture (2007a), Woods, Stringer, Evans & Chater (2015a).

11/01/2017