Synchytrium fulgens Schröter, 1873

Chytridiomycota, Synchytriaceae

op Clarkia, Oenothera

on Clarkia, Oenothera

gal: zeer kleine, uit slechts enkele opgeblazen cellen bestaande wratjes, vaak in zeer grote aantallen op de laag-geleden bladen Ze bestaan uit een enkele geïnfecteerde cel omgeven door een 1-3 lagen van niet-geïnfecteerde maar wel vergrote en verkleurde cellen. In de zomer zomer zijn de gallen geel-oranje tot lavendelblauw, in het najaar, wanneer de rustende sporangia worden gevormd zijn ze lavendel-rood tot roodbruin.

gall: tiny pustules, consisting of a few elarged cells only, often in large numbers on basal leaves. They consist of a single infected cell, surrounded by a 1-3 layers of not infected, yet swollen and discoloured cells. During summer the galls are yellow-orange to lavender, in autumn, when resting sporangia are formed, they are lavender-red to reddish brown.

waardplanten: Onagraceae, oligofaag

hostplants: Onagraceae, oligophagous

Clarkia; Oenothera biennis.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Buhr (1965a), Karling (1964a), Klenke & Scholler (2015a), Scheuer & Bechter (2012a), Tomasi (2014a).

30/09/2016