Synchytrium globosum Schröter, 1886

Fungi, Chytridiomycota, Chytridiomycetes, Chytridiales

op polyfaag

on polyphagous

gal: kleurloze, parelachtige, minder dan een halve mm grote, harde wratjes, meestal in groepen, op de vlak boven de grond gelegen bladen. De gallen transparant-groenig, oude gallen verbruinen; de inhoud is kleurloos. Elk galletje bestaat uit één cel waarin zich de schimmel ontwikkelt, omgeven door een krans vergrote cellen zonder de schimmel.

gall: colourless, pearl-like, less than 0.5 mm large, hard warts, usually in groups, on the leaves just above the ground. The galls are transparant-greenish, old galls turn brown; the content is colourless. Each gall consists of a single cell where the fungus develops, surrounded by a number of enlarged cells without the fungus.

waardplanten: polyfaag op kruiden

hostplants: polyphagous on herbs

Achillea millefolium; Campanula rhomboidalis; Centaurium erythraea, pulchellum; Cirsium oleraceum; Clinopodiun alpinum; Galium album, aparine, mollugo; Myosotis palustris, scorpioides; Phyteuma; Potentilla reptans; Pulicaria; Senecio vulgaris; Sonchus asper; Tephroseris palustris; Veronica anagallis-aquatica, beccabunga, chamaedrys, scutellata; Viola canina, odorata, persicifolia, pumila, reichenbachiana, riviniana.

literatuur:

references:

Brandenburger (1985a), Buhr (1964b, 1965a), Karling (1964a), Klenke & Scholler (2015a), Tomasi (2014a).

16/01/2016