Taphrina bacteriosperma Johanson, 1887

Ascomycota, Taphrinaceae

op Betula

on Betula

gal: de bladeren zijn verkleurd en abnormaal vergroot, zonder vorming van duidelijke heksenbezems; gewoonlijk zijn alle bladen van een scheut aangetast. Op het blad (meestal alleen de bovenzijde) een laag rechtopstaande cylindrische asci van 30-80 µm hoog, niet op een sokkel, waarvan de sporen-inhoud zich tot een brei van bacterie-grote celletjes heeft opgedeeld. Arctische soort.

gall: he leaves are discoloured and abnormally enlarged; no formation of a definite witches' broom. Generally all leaves of a shoot are affected. On the leaf (mostly only the upperside) a layer of erect, cylindrical asci, 30-80 µm high, not on a base cell, of wich the original eight spores have been transformed into a mass of bacterium-size cells. Arctic species.

waardplanten: Betulaceae, monofaag

hostplants: Betulaceae, monophagous

Betula nana, nana x pubescens, pendula, pubescens.

literatuur:

references:

Buhr (1964b), Klenke & Scholler (2015a), Mix (1949a).

25/02/2014